De Union Club aan de Upper East Side is bijna negentig jaar geleden voor het laatst grondig verbouwd, en dat is letterlijk te zien aan de gordijnen. De Racquet & Tennis Club op Park Avenue laat geen vrouw binnen op de squashvloer en wil bij voorkeur een familienaam zien voordat je aan een lidmaatschap mag denken. Tot vorig jaar gingen daar bijna alleen oude bankiers naartoe. En nu? Twintigers en dertigers zitten in de hal te wachten op hun ballotagecommissie.
Het magazine Air Mail meldde in maart dat de oude New Yorkse herenclubs een ledenstroom zien van mannen onder de veertig. Niet één of twee, maar genoeg om de locker rooms zichtbaar te verjongen. Air Mail noemt het een gentlemen's hour, en dat is nogal opvallend voor instituten die verder allergisch zijn voor reclame.
Welke clubs het zijn
De vier namen die telkens terugkomen, zijn de Union Club (opgericht in 1836, oudste van de stad), de University Club, de Knickerbocker Club en de eerder genoemde Racquet & Tennis Club. Alle vier zijn gevestigd in beaux-arts panden, alle vier hebben een bibliotheek waar je zachtjes moet praten, en geen van vier laat foto's binnen toe. Bij de Racquet & Tennis Club moet je nog steeds iemand op staf kennen om überhaupt rondgeleid te worden.
Ze zijn ook duur. Een instaplidmaatschap zit gemakkelijk op een hogere viercijferige initiation fee plus maandelijkse contributie. De University Club rekent voor jongere leden een aangepast tarief, en juist daarvan maken twintigers en dertigers nu massaal gebruik. Voor wie sowieso al zes dollar voor een koffie betaalt aan de overkant van de straat, valt het zelfs mee.
Waarom dit nu opeens populair is
Soho House is groot geworden op de belofte van een chique alternatief voor het gevestigde establishment. Tafels bij de open haard, types met een laptop, dj's. Vijftien jaar later kun je in elke wereldstad in een Soho House terecht en lijkt iedereen er hetzelfde uit te zien. Voor een twintiger die in 2026 iets zoekt dat zich onderscheidt, is precies dat het probleem geworden: de exclusiviteit is opgelost in massa.
De oude herenclubs bieden het tegenovergestelde. Geen Instagram-feed, geen kantoorruimte voor freelancers, geen plus-one die je een mailadres moet sturen. Wel: een vaste eetzaal, een biljarttafel en oudere leden die uit principe niet over hun werk willen praten aan de bar. Dat is opeens schaars, en schaarste verkoopt.
Daar komt iets bij. Een generatie die opgegroeid is met digitale communicatie, zoekt plekken waar je je telefoon weglegt. De huisregels van een club als de Knickerbocker Club verbieden simpelweg het tonen van een schermpje in de gemeenschappelijke ruimtes. Wie binnenkomt voor een drankje, krijgt vier uur lang geen pushmelding te zien. Voor een dertiger die zijn werkdag al checkend op zijn horloge doorbrengt, is dat geen ouderwets ongemak maar juist het hele product.
Tegenbeweging tegen de versplintering
De afgelopen tien jaar gingen mannen vooral in steeds kleinere groepjes met elkaar om. Een fitnessgroepje, een gamergroepje, een poker-app, een lopers-Strava. Wat verloren ging, waren de plekken waar verschillende soorten mannen elkaar tegenkomen zonder dat ze daar een gedeelde hobby voor nodig hebben. Een club doet precies dat: een advocaat staat aan dezelfde bar als een ondernemer staat aan dezelfde bar als de zoon van een chirurg, en niemand vraagt wat je verdient.
Het past in een bredere kentering. Eerder schreven we al over hoe mannen hun man cave inruilen voor een boy apartment, en hoe de man cave het verliest van de pickleballbaan. De gemene deler is steeds dezelfde: weg uit het isolement van de eigen kelder, terug naar plekken waar je echt iemand tegen het lijf loopt. Dat de oudste clubs van New York daar nu een rol in spelen, is verrassend en tegelijk logisch.
De Nederlandse versie bestaat al
Ook in Amsterdam, Den Haag en Rotterdam zijn er besloten verenigingen die ruim honderdvijftig jaar bestaan. De Witte in Den Haag, de Industrieele Groote Club in Amsterdam en een handvol soortgelijke instituten draaien grotendeels onder de radar. Tot voor kort was de gemiddelde leeftijd zo hoog dat de bestuurders zelf zorgen begonnen te krijgen over het voortbestaan. Hetzelfde New Yorkse signaal is hier zichtbaar: in de afgelopen jaren melden meer mannen onder de veertig zich voor het eerst aan.
Een lidmaatschap is in Nederland een stuk goedkoper dan op Manhattan, en de drempel zit minder in de portemonnee dan in de ballotage. Voor twee leden moet je tekenen, voor sommige clubs heb je een familieconnectie nodig, voor andere is een aanbevelingsbrief al voldoende. Wie het serieus overweegt: vraag rond bij oudere collega's. Veel meer mannen dan je denkt blijken er al lid van te zijn.
Wat dit betekent voor jou
De grote oude clubs gaan het ook in 2026 prima redden, met of zonder Gen Z. Maar dat de jongste leden inmiddels niet meer de kleinkinderen van de oudste leden zijn, vertelt iets over wat mannen op dit moment uit hun sociale leven willen halen. Niet zoveel mogelijk contacten, maar één plek waar ze zonder uitleg horen. Niet een kantoor met fluwelen banken, maar een eetzaal waar de telefoon thuisblijft. Wie zich daar iets van wil aantrekken, kan dat ook in Nederland prima inrichten. Het hoeft niet eens duur te zijn. Een vaste avond, een vaste bar, een vaste club mannen die niet gereserveerd hoeft te worden via een app.