Interior

Je bank gaat nog maar zes jaar mee

· 5 min leestijd

Je nieuwe bank ziet er in de showroom nog uit als een blijvertje. Toch is de kans groot dat je hem over zes jaar aan de stoep zet, kapot, uitgezakt of gewoon niet meer de moeite van het repareren waard. Dat is geen pech. Het is het gemiddelde. Nederlandse huishoudens gooien jaarlijks tientallen miljoenen kilo's meubels weg, en de levensduur van een bank of stoel is de afgelopen decennia gehalveerd. Tijd om te kijken waarom dat gebeurt, en welke merken nog wel bouwen voor de lange termijn.

Je bank gaat steeds sneller kapot

In de jaren tachtig ging een gemiddelde bank nog zo'n veertien jaar mee. Inmiddels is dat gezakt naar zes jaar. Dat is geen toeval en ook niet omdat we ruwer met onze meubels omgaan. Het komt door hoe meubels tegenwoordig gemaakt worden. Cijfers van het CBS laten zien dat de hoeveelheid grof huishoudelijk afval in Nederland niet daalt, terwijl juist die stroom voor een groot deel uit meubels en interieurspullen bestaat.

Waar een bank vroeger uit massief hout en stevige schroefverbindingen bestond, zit een modern exemplaar vaak vol spaanplaat, mdf en een laagje folie eroverheen. Onderdelen worden aan elkaar gelijmd of geniet in plaats van geschroefd. Dat is goedkoper in productie, maar zodra er iets breekt, kun je het niet meer losschroeven en vervangen. Het hele frame gaat dan mee de container in.

Waarom je meubels niet gemaakt zijn om te repareren

Er schuilt een economische logica achter. Een fabrikant verdient meer aan een bank die je na zes jaar vervangt dan aan een bank die twintig jaar meegaat. Dat principe heet in de vakliteratuur geplande veroudering, en het is al decennia een bekend fenomeen in de productindustrie, van gloeilampen tot smartphones. Wie meer wil weten over hoe dat mechanisme precies werkt, kan terecht bij de uitleg op Wikipedia.

Bij meubels komt daar nog iets bij: schaal. Meer dan de helft van de meubels die in West-Europa verkocht worden, komt inmiddels uit Azië. Dat vraagt om lichte, goedkope materialen die makkelijk te vervoeren zijn. Massief eiken weegt en kost simpelweg te veel om over duizenden kilometers te verschepen tegen een prijs die in de winkel nog aantrekkelijk oogt.

Deze merken bouwen nog voor de lange termijn

Er is een tegenbeweging, en die zit hem niet in dure marketing maar in ouderwets vakmanschap. Het Vitsoe 606-kastensysteem, ontworpen door Dieter Rams in 1960, wordt nog steeds in dezelfde fabriek in Engeland gemaakt en is uit te breiden met onderdelen van zestig jaar oud. USM Haller uit Zwitserland werkt volgens hetzelfde principe: modulair, met onderdelen die je decennia later nog los kunt bijbestellen.

Ook Ekornes Stressless, bekend van de relaxfauteuils, geeft op onderdelen als het frame en het onderstel jarenlange garantie en levert nog steeds vervangende bekleding voor modellen van twintig jaar oud. Herman Miller, het merk achter de Eames Lounge Chair, repareert eigen klassiekers nog altijd via een eigen reparatieprogramma in plaats van je door te sturen naar de vuilnisbak. Stuk voor stuk merken die duurder zijn in aanschaf, maar waarbij je in de rekensom van kosten per jaar juist goedkoper uitkomt dan bij drie keer een bank van de budgetketen.

Wil je je interieur sowieso duurzamer aanpakken, dan is meubilair niet het enige waar winst te halen valt. Ook bij natuursteen zoals travertijn in je badkamer geldt dat een hogere aanschafprijs zich terugbetaalt in decennia meegaan in plaats van jaren.

Zo herken je kwaliteit voordat je afrekent

Je hoeft geen meubelmaker te zijn om fast furniture te herkennen. Klop tegen het onderpaneel van een kast: klinkt het hol en licht, dan is het spaanplaat, klinkt het massief en zwaar, dan zit er echt hout in. Kijk bij een bank onder de bekleding, of vraag de verkoper naar het frame. Massief hout of metaal is een goed teken, dun multiplex met nietjes niet.

Let ook op hoe onderdelen verbonden zijn. Schroeven en pen-en-gatverbindingen kun je losmaken en repareren, lijmverbindingen niet. En vraag simpelweg naar garantie: een merk dat vijf jaar of langer garantie geeft op het frame, gelooft zelf ook dat het product zo lang meegaat. Datzelfde principe geldt trouwens ook boven je hoofd: net zoals ontwerpers je plafond nu behandelen als een volwaardig onderdeel van de kamer, verdient het onderstel van je bank net zoveel aandacht als de stof die je in de showroom ziet.

Een laatste vuistregel: hoe lichter een meubelstuk aanvoelt in verhouding tot zijn formaat, hoe groter de kans dat je naar fast furniture kijkt. Een massieve eiken tafel til je niet zomaar met één hand op. Een tafel van spaanplaat met fineer wel.

Wat dit betekent voor je volgende aankoop

Vanaf 2030 komt er in Nederland nieuwe wetgeving die producenten verantwoordelijker maakt voor wat er met hun meubels gebeurt aan het einde van de levensduur. Tot die tijd ligt de keuze grotendeels bij jezelf. Dat betekent niet dat je bank per se van Vitsoe of Herman Miller moet komen: het betekent wel dat je bij je volgende aankoop tien seconden langer stilstaat bij wat er onder de bekleding zit. Net als bij houten wandpanelen die je muur diepte geven, is het verschil tussen goedkoop en blijvend vaak maar een paar tientjes, en dat verschil betaal je in de jaren erna hoe dan ook terug.

S
Geschreven door Stijn de Ridder Interieur & lifestyle schrijver

Stijn is interieurliefhebber, mancave-bouwer en de man die vindt dat elke kamer beter wordt van een goede lamp en een plaat aan de muur. Hij schrijft over wonen, design en lifestyle met het enthousiasme van iemand die net zijn eerste eigen appartement heeft ingericht. Spoiler: het is een stuk leuker dan hij dacht.